Psalm 2
Kerkelijk jaar: Kerst (verdieping).
Waar gaat dit over?
Psalm 2 beschrijft hoe volken en koningen in opstand komen tegen God en tegen de koning die Hij gezalfd heeft. God lacht om hun plannen, want Hij heeft zelf zijn koning aangesteld op de berg Sion. Aan het eind krijgen de machthebbers de raad om God met ontzag te dienen.
Wat zegt de Bijbel?
De psalm heeft geen opschrift. God noemt de gezalfde koning zijn zoon en belooft hem de volken, tot in de verste hoeken van de wereld. Het slot noemt iedereen gelukkig die op God vertrouwt.
Het Nieuwe Testament leest Psalm 2 als een psalm over Jezus. In Handelingen 4:25-26 noemt de gemeente David als dichter en verbindt zij de opstand van de koningen met het verzet tegen Jezus. Handelingen 13:33 betrekt de woorden over Gods zoon op de opstanding, en ook Hebreeën 1:5 haalt ze aan.
Aangehaald in het Nieuwe Testament: Handelingen 4:25-26, Handelingen 13:33, Hebreeën 1:5, Hebreeën 5:5, Openbaring 2:26-27, Openbaring 12:5, Openbaring 19:15.
Wat betekent dit voor jou?
Machten in de wereld kunnen groot en dreigend lijken, maar de psalm zegt dat God het laatste woord heeft. En hij eindigt met een belofte: gelukkig ben je als je op God vertrouwt.
Waar zoek jij je veiligheid als de wereld om je heen onrustig is?
Wist je dat?
Heeft geen opschrift, maar Handelingen 4:25 schrijft de psalm aan David toe; Händel zette negen verzen op muziek in deel II van zijn Messiah.