Psalm 24
Toegeschreven aan David · koningspsalm/scheppingspsalm volgens O. Palmer Robertson (vermeld op de pagina's van Psalm 8 en 19)
Waar gaat dit over?
Psalm 24 begint met de belijdenis dat de aarde en alles wat erop leeft van de Heer is. Daarna vraagt de psalm wie de heilige berg van God mag beklimmen. Aan het slot worden de poorten opgeroepen om wijd open te gaan voor de koning vol glorie.
Wat zegt de Bijbel?
De psalm is van David. Wie mag de berg op? Iemand met schone handen en een zuiver hart, die niet liegt en niet vals zweert. Het slot klinkt als een wisselzang: wie is die koning vol glorie? Het antwoord is de Heer zelf, sterk en machtig, de aanvoerder van alle machten in de hemel.
Paulus haalt in 1 Korintiërs 10:26 het begin van de psalm aan: de hele aarde hoort bij God. Händel gebruikte de verzen over de poorten en de koning vol glorie in zijn Messiah. Christenen betrekken deze koning op Christus.
Aangehaald in het Nieuwe Testament: 1 Korintiërs 10:26.
Wat betekent dit voor jou?
De poorten worden opgeroepen om open te gaan voor de koning vol glorie. Je mag je afvragen hoe jij je hart voor Hem kunt openzetten.
Welke deur in je leven zou je voor deze koning willen openzetten?
Wist je dat?
In de joodse liturgie de psalm van de dag voor zondag, vroeger door de Levieten gezongen; Händel gebruikte de verzen over de poorten die open moeten gaan in zijn Messiah.